Archief van categorie 'algemeen'

Buurtgeluk

dinsdag 10 oktober 2006

Ooit woonde ik tegenover een drugsdealer. Zijn ramen waren afgeplakt met karton en op de meest vreemde tijden werd er aangebeld. Of aangeschopt. Het liefst midden in de nacht. De drugsdealer had ook een vriendin. Op een keer werd de drugsdealer opgepakt. Politie belde aan en nam hem mee. Nog weer later, toen hij allang weer vrij was gelaten, werd zijn huis ontruimd. Daarna zag ik de vriendin wel eens door de straat strompelen op een hooggehakte schoen. Nu klopte zij op haar beurt aan bij haar oude huis, er woonde namelijk direct weer een nieuwe drugsdealer. Ze werd bruut weggestuurd door de nieuwe bewoner.

Nu woon ik naast en tegenover blonde kinderen. Ze zijn overal. Jongetjes met halflang haar, meisjes met staartjes en vlechtjes; retro-kinderen van ouders die er op hun eigen jeugdfoto’s exact hetzelfde uitzagen. De kinderen passen uitstekend in hun retro-interieur. Een package deal uit de reclamefolder. Ze heten Finn, Luna, Sterre, Sem of Noor. ’s Ochtends verdringen bakfietsen elkaar op het schoolplein om de kinderen af te zetten. De aanwezigheid van de vaders zorgt voor net een tikje extra spanning. In het speelkwartier spelen de blonde kinderen paardje of rennen achter elkaar aan. ’s Middags fietsen de blonde meisjes op roze fietsjes over de stoep. De blonde jongens schoppen tegen een bal op het voetbalveldje.

Het aantal echtscheidingen in deze buurt ligt heel hoog.

Rocker tegen wil en dank

maandag 9 oktober 2006

Rockers waren ze. Maar, oude rockers. Rockers uit vervlogen tijden, rockers die betere tijden hadden gekend wat betreft hun populariteit. Vier stuks ervan bezetten het podium. Het publiek was jong, nog niet geboren in deze betere tijden. Wachtte op de jonge bands die hierna op zouden treden. De zanger keek vermoeid de zaal in en spuugde nog een keer zijn vervlogen liedjes de zaal in. Zijn spijkerbroek, t-shirt en openhangende blouse waren meegekomen uit zijn verleden, vormden zo in combinatie met de lange, sliertige haren, het smalle, doorgroefde gezicht het trieste heden. De rockers deden hun best, maar de vermoeidheid straalde er vanaf. De voormalige zanger was enkele jaren daarvoor al overleden; waarom mochten zij er nou ook niet gewoon mee ophouden en alles overlaten aan de nieuwe generatie.

Het publiek praatte ondertussen enthousiast met elkaar, keek af en toe verstoord op om te zien wie hun het praten zo belemmerde. Zoende elkaar, begroette elkaar. Maakte zich op voor wat komen ging. Ontkende de aanwezigheid van de oude rockers. Jong en oud mixte niet, stond aan aparte tafeltjes, keek naar elkaar als ware het aparte diersoorten. Aan de ene tafel de ik-dacht-dat-deze-uitgestorven-waren diersoort en aan de andere tafel de ze-weten-echt-van-niks diersoort.

In de wc beneden trof de moeder van een van de jonge bandleden een van de oude rockers. Zelfde generatie, andere levensinvulling. ‘Zou je dat nou wel doen, zo’n pilletje?’ vroeg ze. De naiviteit sierde haar. Dat ze niet zag dat het podium anders leeg zou blijven.

Sentiment

vrijdag 6 oktober 2006

Het was de dag van het Sentiment. Het regende en regende. Het was de dag van de verbroken relaties, van eenzaamheid, van spijt, van ongelukkige liefdes, van elkaar de hand reiken maar er net niet bij kunnen komen. En van het 25-jarig bestaan van De Dijk, wat uitstekend onder de noemer Sentiment viel. Ouwe Nederlandse rockers verzameld in Paradiso het repertoire van De Dijk zingend met als enige doel een traan te ontlokken bij Huub. Uiteraard kostte dit geen enkele moeite op de dag van het Sentiment. Er zijn geen woorden voor, stamelde Huub in de microfoon. En mijn hart kan dit niet aan.

Elke gebeurtenis, elke opmerking was genoeg om emoties op te wekken. De traan zat dicht achter het oog, met een exhibitionistisch verlangen zichzelf te laten zien. Een klein jongetje in de supermarkt dat geraspte kaas zocht. Een trotse vader. Een dampende pan nasi in de door het gasfornuis verwarmde keuken. Verlangen een arm om elkaar heen te slaan, verhinderd door een telefoonlijn en kilometers afstand.

Het regende en regende en regende. Het werd hoog tijd om een regenpak aan te schaffen.

Kussen

donderdag 5 oktober 2006

Zijn school sponsorde een of ander arm dorp in Afrika. Of ik daar wat geld voor over had. In ruil daarvoor deelde hij ‘kussen’ uit. Ik zag verschillende kussens voor me, al-niet-meer-hippe fatboys en doodgewone ouderwetse kussentjes voor op de bank. Ik had er geen behoefte aan maar pakte toch mijn portemonnee uit mijn tas om te zoeken naar kleingeld.

Hij hield een voddig papiertje voor mijn neus, een getypt velletje met een onduidelijke gekopieerde foto van wat waarschijnlijk een school in Afrika moest voorstellen. Het vodje leek al jaren in zijn achterzak te hebben gezeten. Het was nog een jonge jongen, ik gaf ‘m niet meer dan vijftien, zestien jaar, en hij was in het bezit van een vlassig, gelig minisnorretje.

Zoekend naar wat munten draaide ik in mijn hoofd zijn praatje nogmaals af. Zei hij nou dat hij kussen uitdeelde? Ineens zag ik de andere betekenis, en wel een veel logischer interpretatie dan die van mij. Ik met mijn vergezochte huiskamercomfort. Ja natuurlijk, kussen, een zoen. Ik ging van deze vlassnor een zoen krijgen. Aarzelend haalde ik wat geld uit mijn portemonnee, overhandigde het hem en wilde weglopen. Toen kwam de kus. Bloedserieus, zonder ook maar een glimlachje om zijn lippen, gaf de jongen me een zoen op mijn wang. Automatisch kuste ik terug omdat kussen meestal van twee kanten komen, al heb ik altijd al een hekel gehad aan het zoenen als begroeting. ‘Dankjewel’, zei de jongen. ‘Jij ook bedankt’, zei ik.

Ik keek om me heen in de overvolle Kalvertoren. Iedereen liep en deed en niemand keek.

Waaivogeltje

woensdag 4 oktober 2006

Het was een waaierig vrouwtje. Beetje vogel-achtig ook. Een klein, oud, grijs vogeltje. Ze stond achter een kraam met keramieken bladeren, potjes, ja ook met keramieken vogeltjes, vanalles. En toen ging het waaien. Zenuwachtig keek ze om zich heen. Probeerde met twee handen al haar waar te omvatten. Vervaarlijk bolde het zwarte kleed dat onder haar keramiek lag (op dat kleed kwam alles nog beter uit) op. Een paar potjes stootten elkaar zachtjes aan. En toen, aan de zijkant van de kraam: gerinkel. Daar stortte een keramieken vogeltje ter aarde. Nu werd ze pas echt paniekerig.

Er moest hulp komen en smekend keek ze onze richting uit. Wij boden vier armen extra en probeerden het kleed en het zeil achter de kraam in gareel te houden. Ondertussen legde ze haar keramiek plat neer zodat de wind er minder vat op kreeg. En nee, koffie hoefde ze niet, sloeg ze ons aanbod af. Ze had zelf limonade mee. Het zeil achter de kraam werd opnieuw vastgebonden en we lieten haar weer alleen met haar voorraad keramiek. Steeds als er een potentiële klant voor haar kraam kwam staan, zei ze: ‘Ik stijg zo op als een vlieger’.Â

Was dat maar zo, dacht ik. Maar steen is sterk. En waaierige grijze vogeltjes niet minder. Ze hield dapper vol, zelfs toen wij afdropen en de vrijheid weer opzochten. ‘Waarom gaan jullie weg!’ riep ze ons achterna. Met de regen in de rug leek ons dat wel duidelijk en met de braderieerige sfeer hadden we het ook wel gehad. ‘Succes’, zeiden wij en we wilden dat angstige verwaaide vogeltje nooit meer zien.

Wc-poëzie

maandag 2 oktober 2006

Wat het leukste aan feestjes is? Of aan bezoek? Niet de troep na afloop, niet het aanbellen bij de buren met je welgemeende excuses voor de overlast. Dat is de poëzie achteraf. Wc-bezoekjes duren net iets langer dan normaal en de volgende dag is de reden zichtbaar. Ik heb het niet over stank (die viel mee dankzij het net aangeschafte dennenblokje), niet over vlekken op de bril (die er uiteraard geweest zullen zijn). Niet over zoiets banaals. Ik heb het over de magnetic poetry kit (Nederlandse editie) in het toilet. ‘Ontdek onvermoede creatieve talenten in uzelf’.

Wie is de maker is van ‘Blik naar prachtig naakte mannen? Is dat het enige andere meisje in het gezelschap, of zou vriend X dan toch…Wie heeft ‘moeder’ geplakt achter mijn al eerder gelegde combinatie Ik neem ge voor lief?Toegegeven, de woorden die de uitvinders van de poetry kit uitgekozen hebben, hebben soms een hoog candlelight-gehalte, zoals zee, zomer, huid, kussen, viool of muziek. Ook veel woorden hebben meerdere betekenissen waardoor er met de meest onschuldige woorden uiterst seksueel getinte gedichten kunnen ontstaan mits in de juiste combinatie. Ook, of misschien wel juíst met de candlelight-woorden. Ik ben de eerste om toe te geven dat ik me daar regelmatig van bedien. Ik ben de enige niet, blijkt nu. Het onschuldig ogende ‘vinger’ wordt een imperatief als er een persoonlijk voornaamwoord achter komt te staan. Ik citeer, maar wie ik citeer, geen idee:

Vinger haar
Rose bloem
Lik haar vloed
Bitter geur en
Hemelse schoonheid

(Opmerking terzijde: de spelfouten zijn afkomstig uit de poetry kit zelf.)

Terug naar de dag na het feestje. Locatie: wc. Ik lees, zoek nieuw ontstane woordcombinaties. Hoe serieus moet ik dit nemen? Onthult dronkenschap de waarheid, of slechts een creatieve geest?

Wanneer ziet hij het lichaam van schaamte?