Archief van maart 2007

Ik zie ik zie maar zie ook niet

dinsdag 6 maart 2007

Vanaf waar ik zit -zes hoog, met¬ uitzicht over veel daken- zie ik ineens een houten tuinhuisje. Het houten huisje staat bovenop een ander huis. Het is grijs en triest buiten, alles ziet er hetzelfde uit¬ en daarom valt het houten huisje des te meer op. Het huisje heeft nog geen grijze buitenkleur aangenomen maar straalt geel, bruin, houtkleur uit.

Heb ik dit huisje altijd over het hoofd gezien? Dat lijkt me vreemd. Ik ga ineens twijfelen aan mijn dagelijkse uitzicht. Kan iets je nooit opvallen en op een goede dag, als de omstandigheden daar zijn, ineens wel? Hoezeer wordt mijn zicht bepaald door wat ik denk te zien? Na raadpleging van een kamergenoot concluderen we dat het huisje net gebouwd moet zijn. Toch blijf ik mijn geheugenzicht niet vertrouwen.

Dit is wat ik vanmorgen bewust zag: een moeder met een kind, wachtend op de tram. Plotseling haalt ze zenuwachtig haar telefoon uit haar tas en kijkt ernaar. ‘H√® hoe kan dat nou?’ mompelt ze.¬ Ze richt¬ zich tegen haar kind: ‘Echt heel gek, ik hoorde de telefoon niet overgaan maar er is wel gebeld…’¬ Het kind houdt wijselijk haar mond. Nog steeds in verwarring bergt de moeder haar telefoon weer op.

Er zit ook een oma in de tramhalte met wat waarschijnlijk¬ haar kleinkind is. Het kind zit in een wagen. De oma rookt shag. Ze praat met het kind over iemand bij wie het¬ gespeeld heeft.¬ Ze gooit haar peuk in een plas op de trambaan. Als de tram er is, zie ik¬ de oma en het kind nergens meer. Ze stappen¬ de tram niet¬ in,¬ ze zijn ineens helemaal verdwenen.¬

Eigenlijk weet ik niet wat ik wel en niet zie.

Filosofeer eens wat?

vrijdag 2 maart 2007

Van een laatste opleving van een ster uit de jaren tachtig over naar een enkele jaren geleden overleden Franse filosoof.

‘L’amour of La mort?’ vraagt Derrida aan de Amerikaanse documentairemaakster. De spraakverwarring is tekenend voor de hele documentaire. Een interviewster die een beeld probeert neer te zetten van ‘de man achter de filosoof’. Met niet bijster intelligente vragen probeert ze de filosoof uit zijn tent te lokken. ‘Vertel eens iets over de liefde.’ Derrida weigert. ‘Ik kan helemaal niets in zijn algemeenheid over liefde vertellen. Dan moet je me echt een concretere vraag stellen.’ Ze doet een lafhartige poging: ‘Alle filosofen zijn toch geinspireerd door dat thema, hoe denk jij daarover?’ Derrida blijft vriendelijk en tegen zijn zin in begint hij toch een soort verhandeling over ‘de liefde’. Houd je van iemand als persoon, of houd je van de eigenschappen van diegene? Als de liefde voorbij is zijn het ineens de eigenschappen die tegenstaan.

Dan komt ze met een andere vraag op de proppen: ‘Welke filosoof zou je als moeder willen hebben?’ Derrida barst in lachen uit. Filosofen zijn mannen. Als hij dan toch moest kiezen, dan maar iemand uit zijn eigen familie om zijn denkbeelden over het deconstructivisme door te geven.

En dan staan we in zijn bibliotheek. De boekenkasten reiken tot aan het plafond. ‘Heb je al deze boeken gelezen?’ Nu kreunt ons publiek. Net als Derrida, die het iets subtieler aanpakt. ‘Neehoor’, hij pakt de eerste twee boeken die hij ziet. ‘Deze heb ik ooit gekregen maar ik weet allang niet meer van wie en ik heb ze nooit gelezen. Ik denk dat ik maar drie of vier boeken gelezen heb. Maar die heb ik dan wel heel goed gelezen.’

Het schaamrood zou de interviewster op de wangen moeten stijgen door zo’n antwoord. Dat dit niet gebeurt, weten we omdat de scene in de documentaire zit en er niet uit geknipt is. Want beeldmateriaal genoeg na weken filmen. In tergende voice overs probeert ze haar verhaal over de filosoof neer te zetten. Echte beelden worden afgewisseld met in elkaar overlopende beelden, in slow motion, getransformeerd tot levend behang. ‘Wat voor film ga je nou maken?’ vraagt Derrida.

Maar hij weet heel goed wat de mensen willen zien. ‘Wat zou jij nou van filosofen als Kant, Hegel of Heidegger willen weten?’ vraagt de interviewster. Derrida denkt na, neemt zijn filosofenpose in. Zegt dan: ‘Ik zou wat willen weten over hun seksleven. Daar hoor je nooit iets over. Waarom hebben ze ervoor gekozen zich als a-seksueel neer te zetten? Daar ben ik nou benieuwd naar’.

De documentairemaakster hoopt op onthullingen. Zal hier dan eindelijk het door haar zo verlangde verhaal verteld gaan worden? Derrida, een groot filosoof maar o zo gewoon want ook hij…

Maar nee. ‘Ja, dat zou je ook aan mij kunnen vragen. Maar ik zeg niet dat ik daar antwoord op geef.’